Het gemeentebestuur van Zomergem (ondertussen onderdeel van de nieuwe fusiegemeente Lievegem) heeft in 2018 besloten om een thematisch ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) op te maken, het ‘RUP Agrarisch Openruimtegebied’. Dit RUP wil bestaande agrarische gebieden in Zomergem beschermen als openruimtegebied met respect voor de bestaande landbouwbedrijven. Omwille van dat respect voor de bestaande landbouwbedrijven werd de naam van het RUP later gewijzigd naar RUP agrarisch gebied Zomergem.
Met het RUP is het de bedoeling duidelijk weer te geven waar nieuwe landbouwbedrijven niet meer kunnen worden ingeplant en waar deze mogelijkheid open blijft.
Dit RUP werd door JUXTA architectuur (voorheen: Avapartners Architects en Planners) opgemaakt in samenwerking met Patrick Maes (vanaf de scopingnota). Het betreft deels een uitvoering van een bindende bepaling van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Zomergem. Het RUP wordt opgemaakt naar aanleiding van twee aanvragen van een omgevingsvergunning voor de bouw van twee nieuwe pluimveebedrijven.
Het voorgenomen RUP voorziet in het vastleggen in stedenbouwkundige voorschriften van een verbod op nieuwe agrarische en para-agrarische bedrijfszetels binnen de afgebakende agrarische gebieden van de deelgemeente Zomergem. Met nieuwe bedrijfszetels worden geen overnames van bestaande agrarische of para-agrarische bedrijven bedoeld. Het gaat om ruimtelijk bijkomende inplantingen.
Het RUP is een perimeter-RUP, waarbij de gewestplanbestemming ‘agrarisch gebied’ behouden blijft. Bestaande agrarische bedrijven, gelegen binnen de perimeter van het RUP kunnen zich verder ontwikkelen volgens de huidige mogelijkheden van het gewestplanvoorschrift ‘agrarisch gebied’. Er worden hiervoor geen bijkomende voorschriften opgelegd. Dit geldt ook voor de zonevreemde woningen binnen het RUP.
Het RUP beslaat een oppervlakte van 2.429,4 ha waarin dus geen nieuwe agrarische en para-agrarische bedrijfszetels kunnen worden opgericht. Het omvat 63 locaties met bestaande landbouwinfrastructuur[waarvan op heden een 50-tal gekende actieve landbouwzetels.
Mogelijke nabestemming van leegstaande agrarische bedrijfsgebouwen dient maximaal in de agrarische sfeer te blijven. Om mogelijke hinder voor bestaande agrarische bedrijven te voorkomen, wordt de huidige wettelijke mogelijkheid inzake functiewijzigingen voor leegstaande agrarische gebouwen (art 9 BVR 28 november 2003 en later wijzigingen) naar opslag van allerhande materialen of materieel, verboden. Dergelijke functiewijziging is immers de aanzet tot een nieuw zonevreemde activiteit met bijhorende milieu- en mobiliteitshinder.
Contacteer mij gerust, ik voorzie u zo snel mogelijk van alle nodige info.